Nieuwsbrief De Krim – Voorjaar 2015 – Voorwoord

By 18 maart 2015 2015 No Comments

Onder de blauwe hemel in de warme zon lopen we met z’n tweetjes al keuvelend over het eiland. Het is een sprookje om te zien en Jack knijpt in mijn hand. “Mensje, dat je hier mag wonen, wat een feest”, fluistert hij. Ik glunder. We zakken af richting de Zuid Kap en stoppen even om naar de schaatsers te kijken. Nog een paar dagen en dan gaat de baan dicht. We lopen langs de natuurvriendelijke oevers en draaien met een boog om de prachtig aangelegde kleine wildernis en we zuigen de zoete frisse lucht in onze longen op. We vervolgen onze weg richting de Noord Kap. Overal groen langs de sloot, een vakantieparadijs en Jack verbaast zich opnieuw. We naderen de kern en we kijken uit over een schitterend vierkant plein. Op elke hoek ervan is een reuzengrote plantenbak gemetseld en in alle vier de bakken staan de knoppen op ontluiken. “Moet je over een paar weken komen, Jack, als alles in bloei staat”, stel ik mijn maatje voor. Hij knikt en wijst naar het groene grasveld in het midden. Zo mooi, helemaal egaal en zo verzorgd. De bomen die het plein omringen variëren van linden, kastanjes tot berken met rondom een haag van wel duizend met veel zorg onderhouden beukenstruikjes. We stoppen een moment bij het speeltuintje en we treffen een keur aan speeltoestellen aan waar de kleintjes zich heerlijk op kunnen uitleven. De borders zijn nu nog kaal, maar straks bloeien daar naar hartenlust wilde bloemen. We verlaten het plein en lopen verder naar het noorden. We kijken naar de sloot en we hopen weer op de komst van het zwanenechtpaar. Iets verder zien we de sportvelden en de gebouwen eromheen. Bomen wuiven je van alle kanten toe. We lopen er dromerig voorbij en naderen een appartementencomplex waar oudere bewoners van het eiland naartoe verhuisd zijn. De woningen zijn helemaal van deze tijd. Ze bieden een imponerend uitzicht over de sportvelden en de rest van het eiland. De mensen die er wonen zijn van alle gemakken voorzien. Er zijn kleine winkeltjes, er is een kapper en er bevindt zich een sfeervol restaurant. Jack en ik gaan er naar binnen en bestellen een kop koffie. We spreken wat mensen en zij vertellen ons hoe heerlijk zij er wonen en wij begrijpen dat maar al te goed.
En dan…. Jack belt op mijn mobiel. Hij is iets verlaat. “Oh, jee. Ik was in slaap gevallen en ik had een droom. Ik zal je er zo over vertellen. Te mooi om waar te zijn.” (Tineke Dijkstra)

Leave a Reply

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.